Toen hij zijn hoofd door de deuropening stak
stroomde het licht langs zijn lichaam naar binnen
een beeld dat niet van wijken wistik dichtte hem iets groots toe: alle mensen
die ik niet heb gekend, alle tijden
die mij voorbijgingenhier – mijn vlees jouw deken
vezels strakgetrokkenik liet mijn wimpers achter
wierp mezelf in het zwarte water