Poëtische Promenade

De zomer van Citaat op Straat

Ik ben uithuizig

Ik ben uithuizig, witbladig. Het wildste dier
heeft me verlaten, de hardste werker ook.
Thans draag ik de zon in mijn ogen
en de ongeleide adem van de zee.

Onderhuids voel ik de monding van de wereld,
haar onbegrijpelijke, maar ware gedaante.
Ik sta aan de overkant, of toch ten dele.
Soms, zoon, roep ik je.
Ik weet van ver wanneer je nadert.

Ik dein uit, hart- en halsreikend, tot ik je omvat.
Wanneer het tij mijn voeten raakt, mijn leden
opkruipt, mijn knieën en mijn innerlijke vijver
overneemt, weet ik van mijn andere lichaam
dat ze je in een nieuw register blijft zien.

Ik spreek met de bomen aan de overkant.
Het gewuif van hun takken, het gemurmel van hun bladeren,
ze lijken alle door mijn nerven te stromen. Je moet me niets
vertalen, zeg je me met je begrijpende ogen.

Christophe Batens