De stilte kwam niet plotseling, ze legde zich langzaam
over alles heen zoals sneeuw op vergeten namen.In de tuin lagen de dingen zoals ze gevallen waren –
een lepel, een schoen, een blad dat niemand ooit weer opraapte.Het huis was leeg, maar aan de muren hingen nog stemmen
van wat ooit gezegd werd zonder woorden.De ramen keken naar binnen, alsof ze iets zochten
dat al lang met de vogels was meegevlogen.De adem was dun als het touw van een schommel
die niemand nog duwt.“Alleen de kleine nachtwind is gebleven”,
zei iemand, misschien ikzelf, of iets in mij dat niet meer sliep.De stilte bleef, gleed zacht door de kieren
en nam niets mee,niets dan een laatste geur
van kamille en kussen.