Met vertraagde armen en lichamen van wol
graaien we in het witte donker naar stilte.
Kieskeurig zijn we niet, wel eerlijk in het raken
van wat ons omgeeft.
Net als de woorden die we zoeken, zijn gevels
en wanden enkel en dubbel. Takken buigen zich
sierlijk en kaal naar onze gezichten. We glimlachen
noch blijven we onbewogen.
We zijn vergeten waar het duister ligt, nemen
de houding van nachtelijke paarden aan, kijken
in elke richting en rillen de dag van ons af.
Christophe Batens