Poëtische Promenade

De zomer van Citaat op Straat

Voor Babel

Dit gaat over een toren en over
wat een toren met een mens kan verzinnen.
Hij kijkt naar omhoog, de toren
wil ons op de hoogte houden.

Er zijn kamers en trappen.
Een jongen trapt met een bal
tegen de muur, waarop een doel
in krijt staat getekend.
De bal kaatst terug.

Er spreken talige geluiden
uit het blokkenhuis. We luisteren.
De toren is zo gemaakt dat hij
door wolken prikt als een huis.
Zwaluwen zingen voorbij,
ze schieten in diepte en hoogte.

Iemand legt zijn handen rondom ons
als een lampje dat brandt
tot in de nok van onze gedachten.
Er wordt goeiedag gezegd.


Tom Veys