Op een dag houd je het oog niet langer op jezelf gericht
staat niemand nog in de weg, zetten vingers behoedzaam
het lichaam op een kier.
Wat je ziet is wat je niet in de hand hebt. In het licht dat binnenstroomt
gaat geen schaduw verloren. Bekennen straten schaamteloos kleur.
Herkent de huid de gloed van je lichaam.
In de verte wuiven vogels uit macht der gewoonte.
Ze slijpen hun vleugels aan een veranderlijke wind die nooit loslaat
hen overal en nergens brengt, het onwerkelijke blauw vluchtwegen toekent.
Aan de overkant spelen minnaars kat en muis. Ze zitten rug aan rug
op een bank in de zon, wachten om wie het langst.
Alsof dat een verschil maakt.
Edward Hoornaert