Op het perron kwam ik mijn ingebeelde vriend van vroeger tegen
een spontaan dansje ontstond toen we aan de kant wilden gaan voor elkaar
vervolgens stapte hij stevig verder op het ritme van de muziek in mijn oortjes
wat was hij oud geworden: haren uitgedund, ogen diep
in zijn zwarte jas was hij een van de velen in de menigte
hij prevelde een mantra: ik kan niet, ik ben niet, ik volg niet
ik liep hem achterna in het stationstoilet, hij waste zijn handen
boog naar zichzelf in de spiegel en keek me aan
met een grauw gezicht zei hij: niets is weerzinwekkender
ik wilde zoals vroeger een mopje maken maar raakte niet
uit mijn woorden, tekende dan maar een perfecte cirkel
op het aangedampte glas
Annika Cannaerts