Leen Verheyen
Het druppelt en het is een kwestie van uit ramen kijken
leunend, nonchalant, een hand op het glas, het licht
op de stoep te zien verschijnen en geen druppel daar,
straatstenen droog, maar binnen lekken dak en muren en je kan wel
emmers plaatsen, dweilen, een poging doen met doeken, lakens
en de tafel houdt nog even stand, maar gordijnen, boeken zuigen zich al vol,
sokken drijven, maar je richt je blik naar buiten, want buiten,
nee, buiten is er niets. Het druppelt en het is een kwestie
van deuren openen, rustig, zelfverzekerd, maar niets stroomt weg,
het hoopt zich op en je had nooit gedacht dat zoiets kon, dat water
op kon hopen, maar het stijgt, je enkels, knieën, billen en het stijgt,
nog net niet aan de lippen. Het druppelt en het is een kwestie
van hier blijven nu, niet weten of dat zwichten is of moedig
en niet weten of er ooit nog een moment, of er ooit nog en dan
tussen je tenen het zand voelen dat zich afzet op de bodem
en hopen dat later een kind hier schelpen raapt, maar niet weten,
niet weten, niet weten of en wat en hoe zal zijn.