Karin Dée
Op een rug groeit geen mist,
geen trein rijdt levenslang.
Sporen zeuren, zitten in je
gedachten broeden een geschaafde
houten staaf erbij. Het blijft plakken,
het licht grijpt je aan.
De strijd ga je aan, samensmelten
of je been verliezen. In het slechtste
geval maak je iedereen gek.
Zitten doe je, de vrees blijft,
samenspraak met de idee
dat het te laat is, wurmt je.
De drift naar het onsterfelijke
omhelst je, je drijft het op,
gaat de strijd aan en verliest.