Poëtische Promenade

De zomer van Citaat op Straat

Dijkbreuk

Gert Vanlerberghe


ze roept iets halfbakken naar haar minnaar
terwijl deze de werkuren van zijn lijf spoelt
en een smoes houwt uit suiker

nadruppend springt hij hitsige honingdas
tussen lakens en haar dijen
de prikklok maakt overuren in stuurloze vlijt

de wortel van zijn tegenspraak
laat hij vloeien in haar baard
hij drinkt diep

en op al dat verbeten ontduiken
volgt een langgerekte ja
trillend vertolkt in haar dankwoord:

ik had het echt niet meer verwacht