Sanne Leenders
Kijkend of het water koud en zout is,
dip ik mijn dikke teen in de zee.
Ik moet wel, dippen,
kan niet zonder dippen.
Een golfbreker staat sterk.
Ik sta niet stil.
Mijn voet is niet gebroken.
Dus ik spring, over de golven
die mij willen breken.
En een golfbreker staat stil.
Dus ik spring, over wat mij gebroken
wou krijgen de zee in.
Tranen willen wel eens stromen,
tegen de stroom in brand ik mezelf
naar de hel.
Want wie had gedacht
dat een geplante zucht
weer lucht kon brengen.
De zee is koud en zout.
Tranen stromen in open wonden,
de dipjes blijven,
maar dat is nu eenmaal zee.
Voelen zonder te overspoelen,
dat doe je zo.