Poëtische Promenade

De zomer van Citaat op Straat

Het zingen van de stad

Annika Cannaerts


Hoe tongen ook sissen en kwaadspreken, mijn voeten
herkennen goede grond, hier is de plek waar ik aankwam

achter gevels het getik van een vork die eigeel met suiker roert
schuimig klopt en tikt en tikt en iemand zingt

waar ben je geweest, alsof deze plaats al zoveel jaren
mijn geliefde is, ik doop een amandelkoekje in de muntthee

vergaap mij tussen de geuren van kruiden en wierook
aan de auto die vergeefs parkeerplaats zoekt en in rondjes rijdt

langs straten waar ruziënde buren schreeuwen, elkaar weer
in de armen vallen langs het groen dat slingert van gevel naar gevel

we zullen bomen planten en praten tussen het gebladerte
over het verdriet dat ook van hier is